Heeft je kind een lui oog? Hoe sneller je erbij bent, hoe beter!

Af en toe zie je een kind met een pleister over een oog geplakt. ‘Die heeft vast een lui oog’ denk je dan. Maar is dat eigenlijk precies? Waarom die pleister? En hoe weet je of je kind een lui oog heeft?

Hoe krijg je een lui oog?

Kinderen met een lui oog (amblyopie), hebben een oog dat gewoon niet echt meedoet. Het gevolg is dat de ogen minder goed of zelfs helemaal niet samenwerken. Daardoor kun je minder goed diepte inschatten. Een lui oog ontstaat omdat de hersenen een seintje geven om maar met een oog te kijken.

Meestal gebeurt dat omdat een kind:

  • Met één oog dat minder scherp ziet Als dit het probleem is, gebruikt een kind automatisch vooral het goede oog. Het slechtere oog wordt dan ‘lui’. Een bril kan dat voorkomen, maar alleen als je er heel vroeg bij bent – en vaak kom je er pas achter als je kind geen baby meer is.
  • (Een beetje) scheel kijkt
    Dan zie je alles dubbel en dat kijkt natuurlijk niet fijn. Daarom schakelen de hersenen één oog uit en geven alleen door wat het andere oog ziet. Dan zie je niet dubbel meer.
  • Een oogziekte heeft
    Bijvoorbeeld een hangend ooglid of aangeboren staar aan een oog.

Hoe ontdek je of je kind een lui oog heeft?

Vooral als je kind nog heel jong is, heb je vaak helemaal niet in de gaten wat er aan de hand is. Je kind heeft er (nog) niet veel last van. Maar er zijn wel dingen waar je op kunt letten:

  • Je kind struikelt vaak en als hij iets probeert te pakken, grijpt hij er regelmatig naast. Dat komt omdat je met één oog minder goed diepte kunt inschatten.
  • Je kind kijkt (een beetje) scheel: de ogen kijken niet precies dezelfde kant op.
  • Je bent erachter dat je kind slecht ziet, bijvoorbeeld omdat de ‘plaatjestest’ op het consultatiebureau niet goed ging. Maar als het slechte zicht door het luie oog komt, helpt een bril tegen die tijd niet meer. Het oog is al ‘lui’.

    Hoe behandel je een lui oog?

De bedoeling is dat je het luie oog weer aan het werk zet. Dan kan alleen als het andere oog even niet meedoet. Dat dwingt het luie oog om zelf te gaan kijken – en na een tijdje beter te gaan zien.

Er zijn verschillende manieren om het luie oog weer op gang te helpen. Natuurlijk altijd in samenwerking met een professional – een oogarts of orthoptist:

  • Je plakt de bekende pleister op het goede oog. Hoe lang de pleister erop moet, verschilt per kind: van vijftien minuten per dag tot de hele dag.
  • Als afplakken echt niet lukt, kun je ook oogdruppels in het goede oog druppelen. Die zorgen voor vaag zicht in het goede oog.
  • Is scheelzien de oorzaak? Dan is misschien een oogspieroperatie nodig, om de ogen recht te zetten.
  • Bij een oogziekte adviseert de oogarts welke behandeling mogelijk is.

Hoe eerder het luie oog behandeld wordt, hoe meer kans op twee ogen die scherp zien en goed samenwerken. Het is dus zaak dat je er zo snel mogelijk bij bent!

Reageren is niet mogelijk

Navigeer